
Dijbeen foto met groeipijn.

Close up opname van dijbeen met
groeipijn. (Vlekkerig beeld)

Close up opname van bot zonder groeipijn (Beschuit structuur)
Groeipijnen / Enostosis
Bron: Dr. H.A.W. Hazewinkel Hoogleraar skeletontwikkelingsstoornissen van gezelschapsdieren, specialist chirugie en Diplomate Eur. Coll. Vet. Comp. Nutrition
Enostosis is een aandoening die bekend staat onder de leken-naam: 'groeipijn'.
Dit omdat kinderen in de groei een botpijn vertonen die vanzelf overgaat, net
als enostosis. Deze aandoening treedt vooral bij jonge (middel-)grote honden op
rond de leeftijd van 6 maanden.
De pijn treedt plotseling op en verschijnt aan meerdere extremiteiten en wisselt
van ernst. Het gevolg is dat de ene na de andere poot het meest pijnlijk en dus
kreupel kan zijn. Deze 'migrerende' kreupelheid bij jonge honden gaat gepaard
met pijnlijkheid tijdens het onderzoek van de pijpbeenderen.
Röntgenfoto's
Op de röntgenfoto kunnen er na enige tijd typische verschijnselen worden
opgemerkt zodat de dierenarts de diagnose met zekerheid kan stellen en een
verschil kan zien met de vele andere aandoeningen die kunnen optreden in het
skelet van de jonge hond, zoals de erfelijke Elleboog- en Heupdysplasie, OCD in
schouder, elleboog, hak of kniegewricht en ander aandoeningen.
Oorzaak
De aandoening enostosis treedt op omdat de voedingskanaaltjes (de kanaaltjes in
het bot waar de bloedvaten doorheen lopen van het beenvlies aan de buitenkant
naar het beenvlies aan de binnenkant van het pijpbeen) zich minder verwijden om
de groeiende vaten ongestoord te laten passeren. Hierdoor treedt er stuwing op
(vergelijkbaar met een elastiekje om de vinger) waarbij vocht uittreedt zowel
tussen het buitenste beenvlies en het bot als binnen in de holte van het
pijpbeen. Trekken van spieren aan het botvlies bij het lopen of een putje
drukken op of stoten van het beenvlies doet erg veel pijn. De onvoldoende
verwijding van de kanaaltjes komt door onvoldoende activiteit van het
bot-opetende cellen die voor het modelleren van het skelet van belang zijn. Deze
cellen worden geremd door een hormoon (calcitonine).
Calcium
Het vrijkomen van dit hormoon wordt bevorderd door calcium opname. Het is ons
gebleken dat een overmaat aan calcium in het voer van de pup het aantal cellen
dat calcitonine aanmaakt, verhoogt. Hierdoor zal een zelfde calcium-inname op
latere leeftijd tot een verhoogd vrijmaken van calcitonine uit al die
hormoonproducerende cellen leiden, waardoor de bot-opetende cellen meer worden
geremd en dus het skelet minder modelleren. Hoge calcium-inname tijdens het
jonge leven (vanaf 3 tot 6 weken, dus tijden het gedeeltelijk spenen), maar ook
nog de eerste weken tot maanden daarna zal later het optreden van enostosis in
de hand kunnen werken.
Rol
voeding:
Bronnen van dit extra calcium kunnen zijn:
mee-eten uit de voederbak van de teef waarin mogelijk volwassen-hondenvoer (waaraan misschien zelfs calcium is toegevoegd tegen de eclampsia);
een melkvervanger met veel calcium;
het naast de moedermelk verstrekken van een voer met te veel calcium;
het, nadat de hond geen melk meer krijgt, voeren met eten met een calciumgehalte dat in relatie tot het energiegehalte te rijk is aan calcium.
Dit laatste zal ik verder toelichten.
Behoeften
Een hond eet omdat hij honger heeft, dat wil zeggen gebrek aan energie. Met het
opgenomen voer zal de hond z'n energie-honger stillen en met de opgenomen
voedingsmiddelen worden allerlei behoeften gedekt;
Behoeften:
aan eiwit (voor groei, reperatie en de aanmaak van bloedeiwitten [waaronder afweerstoffen])
aan vitaminen, vetten en verzuren
aan mineralen (zoals calcium)
Verhoudingen
Een hond eet dus calcium omdat dit meekomt met de energie-bronnen. Van een voer
met een bepaald calciumgehalte (bijvoorbeeld 1,2% van de droge stof) met een
laag energiegehalte zal een jonge hond met een gezonde honger dus meer eten dan
van een voer met 1,2% calcium op droge stofgehalte met een hoger energiegehalte.
Geen
volwassen voer
In de regel heeft een voer voor volwassen honden een lager energiegehalte. Het
voeren van jonge honden met volwassen hondenvoer is daarom dus onverstandig.
Maar een jonge hond te veel energie voeren is ook onverstandig want dit werkt
vetzucht, en daardoor overbelasting van gewrichten waaronder de heupen, in de
hand hetgeen bewezen tot ernstiger heupdysplasie kan leiden bij Labradors.
Aangepast voer voor opgroeiende honden
De keuze moet dus zijn een voer met een verlaagd energiegehalte om overgewicht
te voorkomen maar dat tegelijkertijd uitgebalanceerd is in z'n samenstelling met
overige belangrijke voedingsstoffen (denk aan eiwitten, vitaminen en mineralen),
maar waarvan het calciumgehalte dan ook naar beneden is bijgesteld (dus juist
lager is dan de eerder genoemde 1,2%). Dit voer moet dan gegeven worden tot de
hond (geheel of bijna) volgroeid is om de kans op het optreden van enostosis,
maar ook van andere skeletafwijkingen te verkleinen.